Vennootschapsrechtelijk en arbeidsrechtelijk ontslag

Een rechtsgeldig ontslagbesluit (door de a.v.a. respectievelijk de raad van commissarissen) geldt tevens als opzegging van de arbeidsovereenkomst. Het is derhalve niet noodzakelijk dat de directie van de betreffende vennootschap de arbeidsovereenkomst nog eens afzonderlijk schriftelijk opzegt.

Tegen een vennootschapsrechtelijk ontslagbesluit kan alleen worden opgekomen in een procedure waarbij de nietigheid van dit besluit op vennootschapsrechtelijke gronden wordt gevorderd. Deze vordering dient binnen één jaar na het besluit te worden ingesteld bij de Rechtbank. Van belang hierbij is dat de vordering tegen de juiste (rechts)persoon wordt ingesteld. In een recent gepubliceerde uitspraak bleek een vordering tot nietigverklaring van een ontslag – en als gevolg daarvan tot doorbetaling van een overeengekomen managementvergoeding – tegen de verkeerde rechtspersoon te zijn ingesteld, zodat de procedure opnieuw moest worden opgestart, nu tegen de juiste vennootschap, met alle tijdverlies en kosten van dien.

Het is niet mogelijk het ontslag van de statutair directeur te beperken tot het vennootschapsrechtelijk ontslag. Andersom geldt hetzelfde: een directeur kan zijn vennootschapsrechtelijke functie niet neerleggen terwijl de arbeidsovereenkomst wel in stand blijft. Niettemin wordt aangenomen dat het mogelijk is een einde te maken aan het functioneren van de directeur in vennootschapsrechtelijke zin, terwijl de arbeidsovereenkomst wordt opgezegd met inachtneming van de daarvoor geldende opzegtermijn.

Praktijkvoorbeeld

Een directeur werd op staande voet ontslagen en de toegang tot het gebouw ontzegd. In kort geding voerden wij namens de directeur aan dat de werkgever (a.v.a.) een elegantere weg had kunnen kiezen, ook al was deze van mening dat de betrokkene met onmiddellijke ingang zijn functie zou moeten neerleggen. Dit had kunnen gebeuren door de rechtsverhouding in vennootschapsrechtelijke zin met onmiddellijke ingang te beëindigen, waarna de werkgever de arbeidsovereenkomst met inachtneming van de opzegtermijn had kunnen beëindigen. De rechter stelde cliënt in het gelijk en partijen kwamen in onderhandeling een redelijk te achten vergoeding voor de betrokken directeur overeen.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel nog een vraag?

Neem dan vrijblijvend contact op of bel ons op 035 – 601 50 80.

Van der Goen advocaten helpt u graag en heeft al meer dan 45 jaar praktijkervaring op het gebied van arbeidsrecht en vennootschapsrecht.